Column: Journalist

Weet u wat het leuke van de journalistiek is? Je hebt het recht om te vragen, de plicht zelfs om de waarheid te achterhalen. Verplicht ten opzichte van jouw lezers, die ervan uit mogen gaan dat jij zoveel mogelijk informatie boven water hebt gehaald. Daar heb je een netwerk voor nodig en een gevoel voor verhoudingen. Voor hoe mensen reageren, je moet achteruit kunnen redeneren, als dit gebeurt dan is dit ook gebeurd. Het probleem van tegenwoordig is de snelheid van het Internet; als je nu een nieuwtje hebt, is het een tel later bekend aan de andere kant van de wereld. Vroeger waren journalisten vooraanstaande mensen, tegenwoordig worden ze soms weggehoond en moeten ze maken dat ze wegkomen. “Fakenews”, zegt Trump en mensen geloven dat. Of willen dat geloven. Want de waarheid is complex en divers; er is niet eén waarheid, er zijn meerdere. Het is maar hoe je iets beoordeelt.

En dat is meestal het probleem, mensen kunnen niet accepteren dat er meerdere waarheden kunnen zijn. Dat een journalist altijd moet doorvragen. Een journalist is als een wetenschapper, als hij denkt de waarheid te hebben gevonden moet hij weer de vraag naar het waarom stellen. De waarheid is als een ui; er komt steeds een nieuwe laag.

Ik ben ooit begonnen als journalist in Noord-Groningen. In de gemeente Leens zat een burgemeester Ausma. ‘s Middags werd ik gebeld door de fractievoorzitter van de PvdA, de grootste fractie in de raad. Hij vertelde mij dat ik goed moest opletten tijdens de raadsvergadering, die avond.

Nu deed ik dat altijd al, maar een extra oppepper is nooit weg.

‘s Avonds was de burgemeester niet aanwezig bij de raadsvergadering en werd hij vervangen door de vice-voorzitter. Bij punt 5 van de agenda voerde alleen de PvdA-fractievoorzitter het woord en die zei, dat zoiets niet weer moest gebeuren. Meer zei hij niet. Het ging om de verkoop van een bouwkavel voor een nieuw Groene Kruisgebouw voor een bedrag van zo’n 60.000 gulden. Het rare was dat bij de hamerstukken een subsidievoorstel voor het Groene Kruis zat voor eenzelfde bedrag. Conclusie; het Groene Kruis kreeg een bouwkavel van de gemeente. Gratis en voor niks. En wie was de voorzitter van de club? Juist; burgemeester Ausma. In de concurrentiestrijd met de buurgemeenten had hij een bouwkavel weggegeven en dat moest nog formeel geregeld worden.

Het verhaal moest nog mee in de krant van de volgende dag. Midden in de nacht kwam ik op kantoor en ik vertelde het verhaal aan mijn collega. “Bellen.”, zei hij, “Het college zit nu bij de burgemeester aan de keukentafel een pilsje te drinken op de goede afloop.” Ik belde, de burgemeester nam op met allemaal stemmen op de achtergrond. Eigenlijk wist ik toen al genoeg. De puzzelstukjes vielen in elkaar. Laten zien hoe de werkelijkheid in elkaar zit en dat, zeker bij de overheid, de waarheid niet altijd is, wat het lijkt.

Jan Visser

Meer berichten