<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=10162439&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=hartvanenschede.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=750,751,752,753,754" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Foto:

Het oorlogsverhaal van Miep de Vries

Afgelopen week las u hier al het eerste deel van het bijzondere oorlogsverhaal van Miep de Vries. In de winter van 1945 fietste en liep zij met haar twee zussen van Rotterdam naar Oldenzaal. Deze week het tweede deel van deze barre fietstocht door een land in oorlog.

Vrijdag 26 januari 1945. Het heeft de afgelopen dagen hard gevroren, 's nachts een paar maal -12°C. De sneeuw ligt er nog steeds en is hard geworden door de vorst, die daarop inviel.

Veel mensen zijn op weg richting Amersfoort. Het zijn vooral mensen uit de steden, die te voet op weg zijn om aan voedsel te komen. Onderweg vinden er razzia's plaats. Mannen vluchten maar worden toch gepakt en afgevoerd. Sommigen lukt het om te ontkomen aan de Duitsers. Je bent angstig, maar wij hebben het gevoel van 'samen kan ons niks gebeuren'. Een man met een fiets zonder banden vertelde ons dat hij uit Rotterdam kwam om eten te halen bij de boeren in het Noorden. Maar ook kwamen wij vele anderen tegen; tientallen anderen op weg om voedsel te vergaren. We volgden de richtingsborden op de doorgaande wegen. Honderden mensen trokken met ons mee, ieder op weg naar zijn of haar doel, eten vergaren voor het thuisfront. Lopend en af en toe fietsend vervolgden wij onze weg. Het lopen beviel ons beter dan fietsen, dan bleven je voeten wat warmer.

Uiteindelijk kwamen we aan in Voorthuizen. Loes was bevangen door de kou en we moesten nog een slaapplaats vinden. Een bus met daarin Duitse soldaten werd voortgetrokken door twee paarden en even zo een auto waarin een Duitse officier zat. We klopten aan bij een familie in Voorthuizen en kregen een slaapplek in een bijgebouwtje, een zomerhuisje. Binnen kwamen we weer bij bloed.

Er werd een slaapplaats voor ons ingericht, de kapucijners werden opgewarmd en met zijn drieën kropen we in een tweepersoons bed. Nadat we gesmuld hadden van de kapucijners. We vielen in slaap, maar ik hoorde wel het gebrom van overvliegende vliegtuigen.

De volgende ochtend. Stromend water was er niet en het water dat in de lampetkan was neergezet was bevroren. De mensen hadden onze kleren gedroogd. Ongewassen trokken we verder. Nadat we zeer sober hadden gegeten vervolgden we onze weg richting Deventer.

Zaterdagmorgen 27 januari 1945; met ons waren er weer veel mensen op de weg, maar ook Duitsers die alles en iedereen controleerden. De kou was aan het afnemen maar de wegen bleven moeilijk begaanbaar. Op weg naar Deventer over de IJssel richting Oldenzaal.

Hoe zou het in Rotterdam Overschie zijn?

Zaterdag 27 januari 1945. Broer Jan heeft in zijn dagboek geschreven, dat hij van Ome Willem een stuk Hu knol heeft gekregen. Reuze hoop sneeuw met sterke wind. Ma Gantevoort vraagt of jullie al over zijn. Hoe bestaat het.

Wordt vervolgd.


<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=10162439&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=hartvanenschede.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=750,751,752,753,754" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
Meer berichten
 
Auto zoeker
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=10162462&size=160x600&promo_sizes=120x600&cb=[CACHEBUSTER]&promo_alignment=center&referrer=hartvanenschede.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=750,751,752,753,754" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=10162446&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=hartvanenschede.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=750,751,752,753,754" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>