Verkeer nog vaak probleem voor slechtziende

TWENTE - Ongeveer negentien procent van de Nederlandse bevolking kampt met een visuele beperking. Naar verwachting zal dit percentage de komende jaren door blijven groeien als gevolg van vergrijzing. Deze week is er extra aandacht voor deze groep.

Donderdag was de internationale Dag van het Zicht en vrijdag de Dag van de Witte Stok, waar aandacht is voor respectievelijk slechtzienden en blinden. Als schrijver van dit artikel val ik in de eerste groep. Als gevolg van aangeboren staar zijn mijn lenzen operatief verwijderd na de geboorte. Hoeveel ik zie? Ongeveer twintig procent ten opzichte van normaal, en dit is mét lenzen. Ik ben aardig zelfredzaam en kan zelfs fietsen. Gelukkig ben ik niet afhankelijk van een hond of witte stok - het verkeer is voor de échte blinde een dagelijkse angst.

Stop voor de stok
Deze week vraagt de Oogvereniging specifiek aandacht voor het feit dat weggebruikers verplicht zijn om te stoppen voor een blinde met stok. Helaas komt het niet zelden voor dat een blinde bijna aangereden wordt wanneer deze de straat over steekt. Ook ik als 'slechts' visueel gehandicapte heb inmiddels ogen in mijn achterhoofd ontwikkeld om veilig op pad te kunnen. Want ook voor een ziende stoppen ze niet altijd op het zebrapad, om nog maar te zwijgen over de onverlichte fietsers die ik amper aan zie komen. De donkere dagen zijn wat dat betreft een gelijkmaker: u ziet even net zoveel als wij iedere dag van het jaar zien.

Meer berichten